Rapporten

Trust me, I’m an algorithm

Met de komst van Artificial Intelligence (AI) geven we een deel van onze beslissingsbevoegdheid uit handen. Daarmee vertrouwen we erop dat AI beslissingen neemt die in ons belang zijn. Maar dat vertrouwen is niet per definitie terecht. Dat heeft verschillende redenen. Bijvoorbeeld: AI-systemen worden steeds complexer en daarmee steeds lastiger te doorgronden. En hoewel AI-systemen worden ‘getraind’ met neutrale historische data, kunnen ze toch een bias ontwikkelen die onwenselijke beslissingen in de hand werkt. Nu de rol van AI groter wordt – denk aan het zelfstandig besturen van auto’s of het opsporen of voorspellen van misdaden – groeit ook het belang van betrouwbaarheid. De risico’s van een rogue AI worden immers steeds groter. De auteur gaat in dit artikel op zoek naar manieren om die betrouwbaarheid aan te tonen. Dat is geen gemakkelijke taak, maar wel een cruciale.

Computers met intuïtie: wen er maar aan!

Onze intelligentie omvat twee cognitieve functies: logisch redeneren en intuïtie. Artificial Intelligence (AI) richtte zich traditioneel altijd op logisch redeneren, met bekende toepassingen zoals de schaakcomputer. Intuïtie werd lange tijd beschouwd als het domein van de mens; computers zouden daarin altijd achter blijven lopen. Inmiddels komt men daarvan terug. Intuïtieve AI-systemen zijn volop in ontwikkeling, dankzij de voortschrijdende chiptechnologie, de opkomst van Big Data en de steeds verfijndere algoritmes. Die nieuwe generatie AI biedt volop kansen, maar ook uitdagingen. Wordt de mens als het gaat om intuïtie binnenkort ingehaald door de machine?