Rapporten

Het belang van een Europese digitale vuist door civiel-militaire samenwerking

Geopolitieke spanningen en oorlogshandelingen spelen zich steeds meer in het digitale domein af. Een recent voorbeeld dichtbij huis is de verijdelde Russische hackaanval op de OPCW in Den Haag in 2018. Je zou kunnen zeggen dat de digitale krijgsmacht in de frontlinie van de defensie terecht is gekomen. Landen zijn in principe op zichzelf aangewezen als het gaat om de verdediging tegen dit soort bedreigingen. Ook binnen Europa, waar lidstaten hun eigen strategie en capaciteiten hebben opgebouwd. Of ze daarin effectief zijn, daarin bestaat nogal wat verschil van land tot land. Dat is nog tot daar aan toe, maar we zien ook dat cyberbedreigingen zich niet storen aan landsgrenzen. Geen enkel Europees land beschikt bovendien over voldoende cybercapaciteit om op eigen houtje tegenwicht te kunnen bieden aan grote wereldmachten als China, Amerika of Rusland. Op Europees niveau wordt al wel samengewerkt, vooral als het gaat om wetgeving en regulering; denk bijvoorbeeld aan GDPR en de NIS-directive. Toch is dat niet genoeg. De auteurs bepleiten een nauwe samenwerking op Europees niveau tussen de civiele, militaire en inlichtingendomeinen. Met, zo bepleiten ze, een voortrekkersrol voor Nederland. Alleen zo kunnen we de cybercapaciteiten van Europa als geheel en alle landen daarbinnen op peil brengen.